Ontwikkelingsmogelijkheden

Creëren van ontwikkelingsmogelijkheden

 

De eerste jaren van een kind worden beschouwd als een cruciale periode voor de ontwikkeling van het kind op verschillende gebieden. De ontwikkeling van kinderen loopt niet bij elk kind op dezelfde wijze. Ieder kind heeft een eigen tempo, en een groot potentieel aan mogelijkheden in zich.

De omgeving en de mensen die het kind omringen spelen hierbij een belangrijke rol, ook het Sprookjesbos levert hieraan een grote bijdrage. We werken aan de ontwikkeling van alle kinderen binnen de kinderopvang door gebruik te maken van het stimuleringsprogramma Uk en Puk.

 

De ontwikkeling van een kind kan op verschillende manieren niet hetzelfde zijn als die van zijn leeftijdsgenootjes. Wanneer we vermoeden dat er sprake is van ontwikkelingsproblemen, zullen we hem eerst een aantal keren observeren en de resultaten van de observaties bespreken. Als er dan inderdaad ontwikkelingsproblemen zijn vastgesteld bij het kind, gaan we eerst in gesprek met de ouders en daarna het Zorg Advies Team (ZAT) om het verdere verloop te bespreken. Meer informatie over dit onderwerp kunt lezen in hoofdstuk 7.

 

Als hulpmiddel bij de observaties maken we gebruik van observatielijsten van het SLO die we in samenwerking met verschillende andere instanties hebben opgesteld. Aan de hand van deze lijsten kunnen we ons een duidelijk beeld vormen van de ontwikkeling van een kind. In deze ontwikkeling onderscheiden we de volgende gebieden:

 

  • Lichamelijke ontwikkeling;
  • Sociaal-emotionele ontwikkeling;
  • Cognitieve ontwikkeling, taalontwikkeling;
  • Creatieve ontwikkeling;
  • Ontwikkeling van de eigen identiteit en zelfredzaamheid.

 

Lichamelijke ontwikkeling

 

Kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar maken een grote ontwikkeling door in de motorische vaardig­heden. De coördinatie en samen bewegen van de romp, armen en benen heet de grove motoriek. Om deze motoriek te stimuleren wordt er gebruik gemaakt van spelmogelijkheden die hier bij passen zoals: klimmen, glijden, fietsen, peutergym etc.

 

De fijne motoriek omvat kleine bewegingen die de coördinatie tussen ogen en handen vereisen. Het kind zal naar voorwerpen grijpen, deze pakken en in de mond stoppen, bij baby’s heet dit ook wel de orale fase. Deze motoriek wordt gestimuleerd door gebruik te maken van verschillende materialen zoals kleurpotloden of -stiften, puzzels, prikken en knippen. Bij de baby’s stimuleren we de fijne motoriek door rammelaars, het doen van spelletjes en babygym.

 

Sociaal-emotionele ontwikkeling

 

Een belangrijk punt in de sociale ontwikkeling is de ervaring die de kinderen op doen door samen te zijn met andere kinderen en pedagogisch medewerkers. Het kind leert hierdoor het effect van zijn gedrag op andere mensen kennen. Hij ontwikkelt inzicht in zijn eigen gevoelens en leert van de reacties van anderen op zijn gedrag.

Al vroeg komt het kind in aanraking met gedrag van anderen en leert de betekenis kennen van delen, troosten, helpen, samen spelen, rekening houden met anderen en omgaan met conflicten. Wij stimuleren de kinderen om zelf hun sociale problemen op te lossen.


Emotionele ontwikkeling

 

Het is erg belangrijk dat de pedagogisch medewerker de gevoelens van kinderen kan waarnemen en deze serieus neemt. In een gesprek probeert de pedagogisch medewerker de gevoelens van kinderen te verwoorden, zoals angst, blijdschap en verdriet. Op deze manier leert een kind niet alleen om te gaan met zijn gevoelens en die van anderen, maar ook om ze onder woorden te brengen. Via spelmateriaal als verkleedkleren, poppen enz. proberen de pedagogisch medewerkers kinderen te stimuleren om hun gevoelens te uiten.

 

Cognitieve ontwikkeling, taalontwikkeling

 

Cognitieve ontwikkeling heeft te maken met denken en het begrijpen en spreken van een taal. Taal en denken zijn nauw met elkaar verbonden, daarom worden ze vaak samengenomen. In onze maatschappij is taal een belangrijke manier om je te uiten en contact te leggen. Als een kind iets vraagt, krijgt het een antwoord of hulp doordat hij of de ander gebruik maakt van taal.

De pedagogisch medewerker speelt een actieve rol door veel met het kind te praten. Van de eerste klanken die een baby maakt tot de verhalen en vragen van peuters, op elke taaluitdrukking wordt door ons gereageerd. Om de taalontwikkeling te stimuleren bieden wij verschillende activiteiten aan zoals zang, taalspelletjes, voorlezen, een boek navertellen en spelletjes met klanken en geluiden.

 

Op het moment dat kinderen bij ons zijn, vormen het spelen en bezig zijn een heel leerproces op zich. Een kind leert onder meer door voorbeelden en nabootsing.

In de kring of aan tafel bespreken we allerlei dagelijkse gebeurtenissen met de kinderen, aan de hand van wisselende thema’s met bijpassend materiaal stimuleren we de kinderen hier op een creatieve manier over na te denken en deze gebeurtenissen te verwoorden.

 

Creatieve ontwikkeling

 

De pedagogisch medewerker stimuleert de creatieve ontwikkeling door allerlei soorten materialen en activiteiten aan te bieden. Dit wordt gedaan in combinatie met een thema van Uk en Puk. Wij vinden het hierbij belangrijk dat de kinderen gewaardeerd worden en zoveel mogelijk de kans krijgen voor hun eigen inbreng.

 

Ontwikkeling identiteit

 

Langzaamaan wordt een kind zich ervan bewust dat hij een persoon is met een “eigen ik” die verschilt van een ander. De pedagogisch medewerker bevordert het zelfvertrouwen van een kind door hem positief te benaderen. Daarnaast is er ook aandacht voor de persoonlijke verhalen van het kind en de pedagogisch medewerker stimuleert hem om zich te uiten en eigen keuzes te maken, ook dit bevordert het zelfvertrouwen. Wij waarderen de onderlinge verschillen tussen kinderen die te zien zijn in bijvoorbeeld de keuze voor een activiteit, zijn tempo en spontaniteit.

 

Het identiteitsbesef stimuleren we ook door foto’s bij de kapstokken te hangen, de naam en/of achternaam te noemen en het kind de eigen spulletjes te geven zoals het tasje voor aan de kapstok.

 

Zelfredzaamheid

 

Het aanmoedigen van zelfstandigheid en zelfredzaamheid van een kind is een van de taken van de pedagogisch medewerker. Voorbeelden hiervan zijn: zelf de schoenen aan trekken, zelf aan en uit kleden en je eigen speelgoed opruimen. Kinderen krijgen korte, duidelijke en overzichtelijke opdrachten om de zelfstandigheid te ontwikkelen. Door ze aan te moedigen en positief te benaderen, zal het kind zich hier eerder toe zetten.