VVE

Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE)

 

VVE is de uitvoering van een programma dat bestemd is voor jonge kinderen met (kans op) een achterstand. Via speciale onderwijsprogramma’s worden deze kinderen bijgeschoold, om een slechte start op de basisschool te voorkomen. Kinderopvang het Sprookjesbos hanteert de VVE-programma’s Puk & Ko en Uk & Puk, dit zijn twee onderdelen van Ko totaal. Voor deze methode is gekozen omdat het goed aansluit op de methoden die op de basisscholen gebruikt worden.

 

Inleiding kind volgsysteem

 

Bij een brede ontwikkeling gaat het erom dat kinderen zich ontwikkelen tot competente personen. Daaronder verstaan we het vermogen om te denken, te voelen en te handelen, dat kinderen helpt om greep te krijgen op de (sociale) wereld en daarin hun plaats te bepalen.

Kijken we naar de ontwikkeling van een kind, dan onderscheiden we vijf aspecten:

 

  1. Het cognitieve, die duidt op het vermogen een wereldbeeld te vormen en op basis daarvan interactie aan te gaan met alles wat je tegenkomt in je omgeving;

 

  1. Het creatieve, het vermogen om op nieuwe manieren over dingen na te denken en op nieuwe manieren iets te doen;

 

  1. Het sociaal-emotionele, het vermogen om adequaat om te gaan met jezelf, anderen en de wereld die je omringt;

 

  1. Het zintuiglijke, het vermogen om op adequate wijze langs zintuiglijke weg informatie op te nemen en te verwerken;

 

  1. Het motorische, het vermogen om bewegingen aan te passen aan de situatie.

 

De verschillende aspecten van competentie hangen met elkaar samen en beïnvloeden elkaar wederzijds. Omdat ze een integraal geheel vormen, als tandwielen waarvan de raderen in elkaar grijpen, vormen ze ook een graadmeter om vast te stellen of het kind zich goed ontwikkelt. Wanneer een van deze vijf aspecten achterblijft in ontwikkeling, heeft dat consequenties voor de andere aspecten van competentie. SLO heeft het belang van de brede ontwikkeling van jonge kinderen beschreven in ‘Kijk op ontwikkeling’. Een instrument om de voortgang in ontwikkeling te observeren en te stimuleren.

 

Observatie

Op elk moment van de dag is de pedagogisch medewerker bezig met de ontwikkeling, het welbevinden en de voortgang van de kinderen, zowel individueel als in de groep. Wanneer het de pedagogisch medewerker opvalt dat een kind afwijkt in ontwikkeling, wordt hij intensiever geobserveerd om de situatie beter te begrijpen. Als het nodig is worden er stappen ondernomen om het kind verder op weg te helpen.

 

Daarnaast wordt elk kind in ieder geval een keer per jaar geobserveerd aan de hand van observatieformulieren om de vorderingen van het afgelopen jaar in kaart te brengen. Deze observatie is de aanleiding voor een ouder/verzorger gesprek (10-minutengesprekken). Net als de pedagogisch medewerker zullen ook de ouders een vragenlijst invullen. Samen met het observatieformulier vormt dit het uitgangspunt van het gesprek.

Er is ook een overdrachtsformulier voor op het moment dat het kind naar de basisschool gaat.

 

De methode: Uk en Puk

 

Introductie en doelstellingen

Puk is een handpop die de hoofdrol speelt in het voorschoolse programma Uk en Puk. Puk doet aan alles mee waar de kinderen mee bezig zijn, dus Puk gaat ook spelen, helpen met opruimen, in de kring, aan tafel zitten met eten en drinken of buiten spelen. Puk is dus eigenlijk één van de peuters.

Puk is een pop die de kinderen uitlokt tot taal en dat is ook het hoofddoel van het programma: de taalvaardigheid van de peuters stimuleren, zodat de kinderen een goede start maken op de basisschool. De nadruk ligt hierbij vooral op de taalvaardigheden spreken en luisteren en op de uitbreiding van de woordenschat. Naast taal, worden ook vaardigheden als beginnend rekenen (meten, inzicht in cijfers, ruimtelijke oriëntatie) en sociaalcommunicatieve vaardigheden (aardig zijn tegen elkaar, omgaan met een taak, kiezen, samen spelen, opkomen voor jezelf, omgaan met een ruzie) geoefend.
Voor de peuters, die al verder zijn dan de gemiddelde peuter, zijn er extra opdrachten. Dit zijn dus allemaal vaardigheden, die belangrijk zijn voor alle peuters. Uk en Puk is dus niet alleen een taalprogramma, maar een totaalprogramma, dat de brede ontwikkeling van jonge kinderen stimuleert.

 

Ouderactiviteiten en meertaligheid

Met de ouderactiviteiten van Uk en Puk (die als infobrief door de pedagogisch medewerkers aan de ouders/verzorgers word meegegeven, om thuis samen met uw kind uit te voeren) bevorderen ouders niet alleen de algemene ontwikkeling van hun kind, maar ze leveren ook een positieve bijdrage aan de taalontwikkeling van hun kind.

Dit is belangrijk voor Nederlandstalige kinderen én voor de kinderen die op jonge leeftijd twee talen leren, omdat er thuis een andere taal wordt gesproken dan het Nederlands. Als beide ouders bijvoorbeeld Turks spreken, zal het kind eerst deze taal leren en begint hij het Nederlands pas te leren wanneer hij naar het kinderdagverblijf gaat.

Om de taalontwikkeling zo goed mogelijk te laten verlopen, is het van belang dat ouders tegen hun kind de taal spreken die ze zelf het beste beheersen. Een kind dat twee talen leert, doorloopt dezelfde taalontwikkeling als een kind dat één taal leert. Voor het kind is het belangrijk dat het taalaanbod dat hij aangeboden krijgt veel en correct is om zich in beide talen goed te kunnen ontwikkelen. Juist daarom is het van belang dat anderstalige ouders met hun kinderen praten in de taal die zij het beste beheersen.

Uk en Puk speelt hierop in door de ouderactiviteiten nauw aan te laten sluiten op de dagelijkse bezigheden, zoals boodschappen doen, tanden poetsen of opruimen. Voor de peuters zijn deze bezigheden herkenbaar en door het taalgebruik van de ouder wordt het kind op een natuurlijke manier gestimuleerd in de taal-denkontwikkeling.

 

Thema's en opbouw

Uk en Puk is thematisch van opzet. De 10 thema’s van Uk en Puk zijn:

 

  

Verspreid over het jaar komen al deze thema’s aan bod, elk thema van Uk en Puk neemt ruim 6 weken in beslag. Daarnaast besteden we aandacht aan de jaarlijkse feesten als Pasen, Sinterklaas en Kerst. Deze festiviteiten vallen buiten de thema’s van Puk en Ko. Uiteraard is er ook ruimte om te knutselen voor Moederdag, Vaderdag en om verjaardagen en geboortes van broertjes en zusjes te vieren.

De thema's bestaan uit allerlei activiteiten, de kring, spelen, voorlezen, eten en drinken, knutselen.

De activiteiten staan nu allemaal in het teken van het actuele Puk thema. Activiteiten vinden individueel plaats, in kleine groepjes van 4 kinderen, en in de grote groep.

 

 

 

Welkom Puk!

 

In dit thema maken de kinderen kennis met Puk, de handpop. Puk komt voor het eerst op het kinderdagverblijf.
Een groot deel van de kinderen is al bekent met de groep. Zij kunnen Puk dan wegwijs maken.

 

 

Knuffels

 

In dit thema staan knuffels en knuffelen centraal. Knuffelen met je knuffels, maar ook met papa en mama met de pedagogisch medewerkers en misschien wel met andere kinderen. Bij knuffels hoort aaien met je handen en je wangen, lief, zijn voor elkaar, vriendjes worden. Een groot aantal aspecten zullen binnen dit thema aan bod komen.

 

 

Hatsjoe

 

In dit thema is Puk ziek. Hij is verkouden. De kinderen verzorgen Puk, gaan op ziekenbezoek en brengen een bezoek aan de dokter. Gelukkig is Puk aan het einde van het thema weer beter.

 

 

Hoera, een baby!

 

Er is een baby geboren! Spelenderwijs komen in dit thema, Hoera, een baby! Allerlei aspecten rondom het verzorgen van baby's aan de orde, zoals het in bad doen van een baby(pop), een flesje geven etc. Uiteindelijk bereiden de kinderen samen met de pedagogisch medewerkers een feest voor, ter ere van de geboorte van de baby. Ze maken cadeautjes voor de baby en versieren de zaal.

 

 

Wat heb jij aan vandaag?

 

In dit thema staat kleding centraal. De kleren van de kinderen zijn het startpunt van de activiteiten. De kinderen verkleden zich voor een modeshow, ze kijken naar feestkleding, praten over hun kleren etc. Verder wordt Puk geholpen met zijn koffer inpakken om bij de kinderen te gaan logeren.

 

 

Dit ben ik!

 

In dit thema staat het gezicht van het kind centraal. De kinderen bekijken uit welke onderdelen het gezicht bestaat en wat je met de verschillende gezichtsonderdelen kunt doen. Ze ruiken met hun neus, poetsen hun tanden, maken hun gezicht schoon en kijken afwisselend boos en blij.

 

 

 

Regen

 

Het regent vaak in Nederland. De kinderen hebben daarom ervaring met 'regen'. Ze kennen het geluid van regen, ze weten dat ze in de regen nat kunnen worden etc. In dit thema leren kinderen al spelend en ontdekkend allerlei begrippen die te maken hebben met 'regen' en ze experimenteren met (weer) geluiden.

 

 

 

Eet smakelijk!

 

In dit thema staat eten centraal. De kinderen proeven wat “lekker “ smaakt en wat “vies “, bakken koekjes die ze opeten, dekken de tafel in de huishoek en in de afsluitende activiteit worden de ouders opgeroepen om allerlei lekkers van thuis mee te nemen en dat samen met de kinderen in de groep op te eten.

 

 

Reuzen en kabouters

 

Dit thema start met een verhaal over een kabouter en een reus die samen spelen. Naar aanleiding van dit verhaal gaan de kinderen aan de slag met de begrippen groot en klein. Ze ervaren zelf hoe het is om ergens te klein voor te zijn of te groot, ze bewegen zich als een reus of een kabouter en ze vergelijken grote en kleine voorwerpen in de zaal.

 

 

Oef, wat warm!

 

Dit thema vindt bij uitstek plaats tijdens een warm voorjaar of warme zomer. Het warme weer geeft aanleiding om lekker met water te spatten, ijsklontjes te maken en ijsjes te verkopen in de ijscohoek. De kinderen helpen Puk af te koelen en spelen het verhaal van Floortje, het varkentje dat afkoeling zoekt in het water. Veel activiteiten kunnen buiten uitgevoerd worden.

 

Punten waaraan ouders zich moeten houden tijdens het VVE-programma

 

Het VVE-programma is in eerste instantie natuurlijk voor de kinderen, maar ook van de ouders wordt het nodige gevraagd om ervoor te zorgen dat het VVE-programma effectief is. Wanneer de ouders/verzorgers aan een of meer van de onderstaande eisen niet kunnen voldoen, kan men geen beroep meer doen op de VVE-faciliteiten.

 

  1. Het kind moet ten minste 1 jaar ononderbroken deelnemen, dit betekent per week minimaal 4 dagdelen van 2 uur en een kwartier óf 3 dagdelen van 2 uur en 3 kwartier.*
  2. De ouders kiezen een basisschool waar het kind in het VVE-programma geplaatst kan worden. Dit wordt bij de evaluatie van 3 jaar besproken.
  3. Deelname aan de ouderactiviteiten zoals die staan omschreven in het pedagogische beleidsplan. (Bijdrage taalontwikkeling (§7.2.3), deelname aan 3 ouderactiviteiten (§5.1))
  4. Instemming met de overdracht van gegevens naar de gekozen basisschool.

 

* Wanneer het kind van een andere organisatie bij het Sprookjesbos binnenkomt, loopt de VVE-periode door tot er in totaal minimaal 1 jaar VVE gevolgd is.

  

Om te zien of de ouders aan bovenstaande eisen voldoen, houdt de pedagogisch medewerker een registratieformulier VVE en een aanwezigheidsformulier VVE bij. Hierop worden de aanwezigheid van het kind en de ouders/verzorgers geregistreerd. Op het eerste formulier wordt de vooruitgang van het kind met de activiteiten van Uk en Puk bijgehouden.